Herkomst
De bindweefselmassage ontstond aan het begin van de twintigste eeuw. De basis werd gelegd door Elisabeth Dieke (1884-1952), die aan de ziekte van Buerger, een lastige bindweefsel ziekte, leed. Door deze ziekte neemt de bloedcirculatie zo af, dat amputatie van bijvoorbeeld een voet nodig kan zijn. Dieke ontdekte dat ze een dreigende amputatie van haar voet zelf kon voorkomen, door de huid rond het heiligbeen te masseren. Bij het aanraken van de huid voelde ze een snijdende pijn en merkte dat de huid verbonden was met de onderliggende spieren. Door de massage werd de doorbloeding beter en tegelijkertijd nam de bloedcirculatie in de voet toe, waardoor de amputatie niet meer nodig was.
Rond 1900 had de bekende neuroloog Henry Head al de basis gelegd van relaties tussen bijvoorbeeld de voet en de huid rond het heiligbeen, zoals door Dieke ook opgemerkt was. Vanuit zijn werk ontstond het begrip de Headse zones. Bindweefselmassage steunt de theorievorming op de reflexleer van Head.

